Geschiedenis van Terherne

Geschiedenis van Terherne

Terherne betekent “op de hoek” en is ontstaan op de hoek van diverse landontginningen/verkavelingen in de 12e/13e eeuw.

Vanuit Akkrum werd het land in westelijke richting in gebruik genomen in de richting van (nu) Terherne en Terkaple.
Bij Terherne stuitte men op een landontginning vanuit (vermoedelijk) Tersoal en vanuit Goaiïngaryp was de buurtschap Jongebuorren (aan de Snitsermar) al ontgonnen.
Op die manier lag Terherne op de hoek van een aantal (latere) grietenijen, maar ook op de hoek, waar Oostergoo, Westergoo en Zevenwouden bij elkaar kwamen. De buurtschap Jongebuorren, ooit bestaande uit 3 boerderijen met de nummering Goaiïngaryp 1, 2 en 3, werd op nieuwjaarsnacht van 1958/1959 door de gemeente Doniawerstal aan de gemeente Utingeradeel overgedragen.


In de 13e eeuw werd de Slachtedijk aangelegd als kering tegen het almaar stijgende water.
Deze Slachtedijk liep bij Terherne dwars door het land van (nu) bungalowpark De Herne en in de Geeuw (nu Oude Zandsloot) was een keersluisje, zoals in de Slachtedijk van Joure tot aan Raerd diverse keersluisjes werden gebouwd (Jouster sluis, Goaiïngaryp, het latere Hearresyl, Terherne).
In Terherne herinnert de straatnaam Syl noch aan deze keersluis in het dorp.
Rond 1883 werd de Slachtedijk in zijn geheel opgehoogd en bij Terherne verlegd langs de boorden van het Sneekermeer. Dit is nu een geliefd wandelpad en bekend als het schelpenpad.


Het zogenaamde Speklân werd doorgraven en hier kwam een nieuwe sluis. Deze sluis werd op 11 november 1944 door de geallieerden gebombardeerd en doet tegenwoordig dienst als schiphuis van het provinciale Statenjacht. In 1950 werd de huidige sluis aangelegd. Interessant is vast te stellen, dat de oude sluis in noord-westelijke richting is aangelegd, gebaseerd op de zeilschepen, die, komende vanuit deze sluis, meteen een goede west-zuidwestelijke wind hadden om te kunnen zeilen. De nieuwe sluis is gebouwd op motorschepen, die niet van de wind afhankelijk waren, en ligt in zuid-westelijke richting.


Op de plaats van de huidige brug Hearresyl was in 1530 al een (keer)sluisje in de Oude Slachtedijk toen de heren van het veen (Dekema, Kuyk en Foeyts) deze sluis kochten en er een schutsluis bouwden.
Deze heren hebben heel wat teweeg gebracht om hun veen en turf van de gronden rond Heerenveen naar Holland te krijgen. De Tjonger en de Linde waren te ondiep om hun schepen er te laten varen en hebben ze achtereenvolgens de Heerensloot gegraven, de Heerenzijl gebouwd en het Heerengat naar de Snitsermar doorgegraven.
Toen konden ze ongehinderd via Staveren over de Zuiderzee naar Holland. Heerenveen dankt zijn naam aan deze heren van het veen.

Aan het eind van de 17e eeuw was de Heerenzijl niet meer in gebruik, werd niet meer onderhouden en, voor zover ik heb kunnen nagaan, is deze sluis er met een zware storm in 1718 weggespoeld. Het ontstane gat werd in de loop van de 18e en 19e eeuw steeds groter door afslag. Om zijn/haar weg te vervolgen in zuidelijke c.q. noordelijke richting moest men zich er over laten zetten. Dit gebeurde vanuit een boerderij/overzet, die oostelijk aan de Terkaplester Puollen stond en waar men zich moest melden. Aan de overkant stond een stellage met een bel, die geluid kon worden waarna de overzetter naar de overkant kwam.
In de loop van de 19e eeuw werd de wateroverlast zodanig, dat er plannen werden gemaakt om de Slachtedijk te verhogen en het gat van de Heerenzijl te dichten. Rond 1883 werd dit ook daadwerkelijk gerealiseerd. In 1969 werd, ten behoeve van de recreatievaart, op deze plaats weer een opening gemaakt, met een brug en een keersluisje. De laatste passant in 1883, het jongetje Lou Oost uit Akkrum met zijn vader, die visserman was, was ook de eerste, die in 1969 door de nieuwe Hearresyl voer!


Eeuwenlang was de scheepvaartroute vanuit Akkrum via de Heerenzijl gegaan. Toen in 1883 dit gat was gedicht moest de scheepvaart via het dorp Terherne. Hiertoe werd de Geeuw, die dwars door Terherne voerde, verbreed en uitgediept en werd in de kom van het dorp een nieuwe, bredere, brug aangelegd in de plaats van de in 1857 aangelegde smalle brug.
Daarvoor was ook hier een overzet. De Geeuw kreeg in het dorp toen de naam Zandsloot, naar het zand, dat uit de Snitsermar werd opgebaggerd en aan de boorden van de Geeuw werd opgeslagen ten behoeve van gebruik in stallen en openbare gelegenheden. In 1873 waren er in Terherne 9 gelegenheden, waar een vergunning aanwezig was om sterke drank te verkopen!


Terherne was altijd een dorp van boeren, vissers en vooral schippers. In de 18e eeuw waren er op z’n minst 50 schippers van kof- en smakschepen, die handel dreven op de landen rondom de Oostzee en de Middellandse Zee. Het is niet ondenkbeeldig, dat een groot deel van de inwoners van Terherne in die tijd profiteerden van deze levendige handel, zoals: bemanningslid, hellingen, blok- en mastmakerijen, zeilmakerijen, ijzerwerk, etc. Terherne moet in die tijd een welvarend dorp zijn geweest.

Terherne betekent “op de hoek” en is ontstaan op de hoek van diverse landontginningen/verkavelingen in de 12e/13e eeuw. 

Zurück